De paradox van autonomie
- 16 mrt
- 3 minuten om te lezen
Ik luisterde van de week naar een aflevering van de Ongelooflijke podcast: 'De mythe van de zelfredzaamheid'. Het ging over de jongeren. Hoe komt het dat ze vaker angstig, overprikkeld, depressief ā en opvallend vaak eenzaam zijn? Het wordt steeds duidelijker dat dit geen individueel probleem is. Het zegt iets over onze samenleving.
De Nederlandse zzp-sector groeide de afgelopen tien jaar explosief. Inmiddels werkt bijna een vijfde van de beroepsbevolking als zelfstandige. Vanwege de fiscale voordelen, maar vooral vrijheid en het gevoel eindelijk je eigen koers te kunnen varen zijn bepalend. Maar met het verkrijgen van die vrijheid verdween iets wat we pas misten toen het weg was: de vanzelfsprekende nabijheid van andere mensen. In de podcast gaat het over ons verlangen naar verbinding, het gevoel ergens bij te horen.
Ontzuiling
In de twintigste eeuw wist bijna iedereen in Nederland waar ze bij hoorden. De verzuiling ā katholiek, protestant, sociaaldemocratisch, liberaal ā was benauwend en bekrompen, maar gaf ook iets wat we nu onderschatten: een vanzelfsprekende gemeenschap. Je hoefde niet te zoeken naar verbinding. Die was er al, tegen wil en dank ingebakken in de structuren om je heen.
De generaties die zich daarvan bevrijdden, deden iets waardevols. Maar de vrijheid die ze veroverden, gaven ze door aan hun kinderen zonder een antwoord op de vraag die er onlosmakelijk mee verbonden was: als je nergens meer automatisch bij hoort, hoe bouw je dan gemeenschap? Die vraag is nog steeds onbeantwoord.
De explosieve groei van het zzp-schap past precies in dat beeld van ontzuiling ā vrijheid als hoogste goed, structuur als beknotting, zelfredzaamheid als deugd. De keerzijde is stiller maar hardnekkig: eenzaamheid. Een werkdag die begint en eindigt in dezelfde vier muren. De afwezigheid van vanzelfsprekende nabijheid.
De derde plek
De socioloog Ray Oldenburg beschreef in zijn boek 'The Great Good Place' (1989) het concept van de third place ā de derde plek. Niet thuis, niet het werk, maar de ruimte daartussenin. De kroeg, de kapper, het dorpsplein. Plekken waar je niets hoefde te presteren, waar je gewoon kunt zijn , temidden van anderen. Oldenburg waarschuwde dat het verdwijnen van die plekken gemeenschappen zou uithollen. Hij kreeg gelijk.
De vraag is of het geĆÆndividualiseerde werken een oorzaak is van de eenzaamheid ā of juist een symptoom ervan?Waarschijnlijk beide. We werkten al los van elkaar omdat we losgekoppeld waren geraakt van de verbanden die vroeger vanzelfsprekend waren. En de nieuwe manier van werken verdiept de kloof verder.
Koffie als excuus
Ik zit op een doordeweekse middag in een cafĆ© te werken. Elf laptops, inclusief de mijne. Een man die schrijft in een notitieboekje. Een vrouw die haakt. Een zacht geroezemoes van de paar mensen die wel met zān tweeĆ«n aan een tafeltje zitten als āwhite noiseā om gefocust te blijven. Niet afgeleid door afleidende collegagesprekken, maar ook niet verloren in de stilte van een thuiskantoor. Het is de perfecte achtergrond voor werk. Maar volgens mij is dat niet waarom we echt hier zijn.
Niemand heeft een afspraak gemaakt om hier te zijn. Toch zijn we hier. Na ruim 20 jaar waarin ik grotendeels als zzp'er heb gewerkt herken ik wat iedereen aan deze tafels zoekt, want ik ben er om dezelfde reden.
Wat we kopen voor ā¬4,50 is geen koffie. We kopen het gevoel dat we ergens bij horen.
De paradox
Nu sta ik op het punt terug in loondienst te gaan ā bewust. Het voelt als een coming out ā van mijn verlangen om ergens bij te horen, ergens deel van uit te maken. Lang heb ik mijn autonomie bewaakt en bevochten. Tot ik inzag dat daarin precies de paradox zit: de vrijheid die ik verlangde ging gepaard met de eenzaamheid die ik probeer te bestrijden. Net als iedereen hier aan deze tafels. Het is geen nieuwe wijsheid ā maar dat moet je klaarblijkelijk zelf ondervinden om het te doorzien.
Dat is niet cynisch bedoeld. Ergens ontroert het me dat onze behoefte aan verbinding zo sterk is dat we haar kopen als ze er niet vanzelfsprekend is. Maar het stelt wel een pijnlijke vraag: als dit is wat we nodig hebben, waarom hebben we de samenleving dan zo ingericht dat we ervoor moeten betalen?
De derde plek is niet verdwenen. We hebben hem geprivatiseerd. En de horeca vaart er wel bij.
Zolang niemand hardop zegt wat we daar eigenlijk komen halen, blijven we netjes onze koffie bestellen en onze laptops openklappen ā dankbaar voor de vrijheid die vorige generaties veroverden, en zoekend naar de gemeenschap die daarbij verloren ging.
Ā
Ā



Opmerkingen